Menu:

Brug van IJsland naar Zweden

In de imposante stapel Scandinavische misdaadromans die dit jaar uitkwam zit ook het werk van een tweetal schrijvers die op Nederlands grondgebied debuteren. In een dubbelinterview worden aan de IJslandse schrijver Jón Hallur Stefánsson en Mons Kallentoft uit Zweden een aantal identieke vragen gesteld over hun werk, hun hoofdpersonen en de misdaadroman als spiegel van de samenleving.

Jón Hallur Stefánsson schreef in 2005 ‘Krosstré’, dit boek verscheen dit jaar bij uitgeverij De Geus als ‘Misstap’ in een vertaling Kim Middel. Kim Liebrand tekende voor de Nederlandse versie van ’Midvinterblod’ (2007) van Mons Kallentoft. Uitgeverij Anthos bracht deze eersteling als ’Midwinterbloed’ op de Nederlandse markt.



Wie is Jón Hallur Stefánsson / Mons Kallentoft ?
JHS: Vader van vijf kinderen. Afgestudeerd in Literatuurwetenschappen en Spaans. In mijn jeugd al poëzie geschreven en gepubliceerd. Ik knoei al zolang ik me kan herinneren wat met muziek en voor dat ik boeken schreef, was ik geruime tijd radioproducer.
MK: Een veertigjarige schrijver die woont en werkt in Stockholm. Voor ‘Midwinterbloed’ heb ik drie romans geschreven en een serie reisverhalen. Hoewel mijn romans goed zijn ontvangen, kwam het commerciële succes pas met mijn misdaadroman. In Zweden zijn er inmiddels 210.ooo exemplaren verkocht . Voor mijn twee kinderen in ieder geval brood op de plank.

Waarom de misdaadroman?
JHS: Ik las altijd al met veel plezier misdaadromans en nu en dan had ik het gevoel dat ik ze ook zou willen schrijven. De stap naar schrijven kwam toevallig toen mijn jongere broer die schrijver is me een kort verhaal liet lezen dat hij wilde insturen voor een prijsvraag. Ik zond zelf ook een verhaal in en won. Hierna maakte mijn vriend en uitgever Snæbjörn Arngrímsson me, zoals dit in misdaadkringen heet, ‘an offer I couldn’t refuse’.
MK: Los van dat ik een fervent lezer ben had ik in mijn romans altijd al veel structuur en drama. Hierdoor was de overstap naar misdaadromans klein. Verder zag ik mogelijkheden voor vernieuwing van het genre. Het feit dat misdaadromans erg populair zijn gaf me de kans een breder lezerspubliek te krijgen voor mijn werk.

Welke werkwijze hanteer je bij het schrijven?
JHS: Ik heb veel vertrouwen in mijn intuïtie. Te veel vooraf plannen werkt niet voor mij, dus ik start met een idee, improviseer vandaar en hou veel ruimte open voor ontdekkingen tijdens het schrijven. Ik heb wel een einde van het boek voor ogen maar maak dat pas concreet tijdens het schrijven. De laatste drie hoofdstukken schreef ik in één ruk van een zondagmiddag tot maandagmorgen.
MK: Ik ben erg gedisciplineerd. Schrijf iedere dag aan de hand van verhaallijn die al per hoofdstuk vastligt en veel details bevat. Tijdens het schrijven blijf ik veranderingen aanbrengen. Sommige stukken herschrijf ik wel vijftien keer voordat ik echt tevreden ben.

Welk thema heb je gekozen voor je boek?
JHS: Mijn hoofdthema is het gezin met alle spanningen en tegenstellingen die er zijn. Extra aandacht is er voor de relatie tussen vaders en zonen, een onderwerp dat mijn belangstelling prikkelde en dat ik in dit boek verder heb uitgewerkt.
MK: In ‘Midwinterbloed’ is het belangrijkste thema dat we niet kunnen onsnappen aan wie we werkelijk zijn. Nu ik zelf wat ouder ben geworden zie ik dat mijn afkomst steeds belangrijker voor me is geworden en ik hier niet langer voor op de vlucht ben.

Een creatieve titel is het werk van een creatieve schrijver dus waarom ‘Krosstré’ / Midvinterblod’ ?
JHS: De titel is een verwijzing naar een IJslands gezegde dat luidt “een verstevigingsbalk kan net als ieder andere houten balk breken”. In de betekenis van: hetgeen waar je het meest op vertrouwt kan je ook in de steek laten.
MK: De titel is een woordspeling op het noords mythologische offerritueel ‘Midvinterblot’ waar vikingen dieren en mensen offerden en vervolgens ophingen in een boom.

In ‘Misstap’ zien we een politieman aan het werk, wie is Valdimar Eggertsson?
JHS: Hij is de zoon van hippie-ouders. Moeder pleegde zelfmoord en vader is blijven hangen in de zestiger jaren. Hij is een beetje een dwarsligger die niet lekker in zijn vel zit en die zijn explosieve kracht ontleent aan zijn innerlijke frustraties. Ik zal hem nog wat losser moeten maken.

In ‘Midwinterbloed’ zien we een politievrouw aan het werk, wie is Malin Fors?
MK: Een klassieke politieman maar in plaats van een wat oudere man heb ik er een jonge alleenstaande moeder van gemaakt. Gescheiden, te veel drank en te veel werk. Voortgejaagd door spoken uit haar verleden en intuïtief speurend naar het gevaar en het kwaad.

Waarom kan een politieman zonder relatieproblemen geen hoofdpersoon zijn?
JHS: Ik zou kunnen zeggen omdat de traditie dit niet toelaat. Ik wilde echter mijn karakters in aanraking laten komen met de scherpe randjes van het leven en Valdimar kon daar niet aan ontsnappen.
MK: Te veel geluk en harmonie is gewoon te saai. Verder is het een ongeschreven regel van het genre dat de held gebukt gaat onder privé-problemen. En hoe meer dimensies hoe interessanter voor de lezer.

In het boek zit een bijzonder karakter, de Japanse huurmoordenaar / het lijk dat zich tot de lezer richt. Waarom zit dit specifieke karakter in het boek?
JHS: Hij heeft zichzelf opgedrongen. Met een komisch ontspannende maar ook een bedreigende kant. De enige echte crimineel als contrast met de andere karakters. En neergezet als een cliché, maar wel met een twist.
MK: Hij is natuurlijk het slachtoffer. En ik wilde in het boek een magisch tintje als tegenhanger van alle ratio in het misdaadgenre. Verder heeft het lijk de functie van het koor in een Grieks drama, het stuwt het verhaal vooruit. Als karakter symboliseert hij de mens in het dal van wanhoop en eenzaamheid.

Een vloedgolf aan Scandinavische misdaadromans, op welke manier onderscheidt dit debuut zich van de rest?
JHS: Ik heb zelf lang niet alles gelezen maar ik denk dat de sociale mistanden in mijn boek geen grote rol spelen en er ligt ook geen nadruk op het politiewerk in tegenstelling tot de meeste andere boeken.
MK: De stijl in mijn boeken is meer literair en soms zelf poëtisch, de karakters zijn meer ontwikkeld en er zit wat magisch realisme in het boek. Zweedse kritieken waren lovend over het feit dat je een misdaadroman kon lezen zonder de buikpijn veroorzaakt door slecht taalgebruik.

Sjöwall & Wahlöö hebben de norm gezet voor het integreren van sociale misstanden in misdaadromans. Kan dit worden terugvonden in jullie debuut?
JHS: Niet echt. Sociale onderwerpen zijn wel deel van het verhaal en sommige ook wel belangrijk zoals de consumerende houding ten opzichte van seks, maar ik probeer te veel reflecties in het verhaal te vermijden.
MK: Zeker. De hedendaagse Zweedse samenleving, met al zijn onderlinge verschillen tussen mensen en hun problemen zijn de achtergrond van mijn verhaal. Ik probeer hierbij ook de mensen aan de rand van de samenleving aan het woord te laten.

Krijgen lezers een realistisch beeld van IJsland / Zweden door het lezen van misdaadromans?
JHS: Tot op een zekere hoogte wel. Met name via de boeken van Arnaldur Indriðason, hij weet echt zijn vinger te leggen op de zaken die spelen in de IJslandse samenleving. De belangrijkste informatie die de lezer krijgt is de manier waarop de IJslander over zichzelf denkt. En natuurlijk wordt er in misdaadromans vaak overdreven.
MK: Enigszins. Natuurlijk niet met alle moorden die worden gepleegd. We hebben een relatief vredige samenleving met behoorlijk lage misdaadcijfers. Kijkend naar de sociale problematiek in veel misdaadromans kun je concluderen dat deze een realistischer weergave laten zien dan de meeste andere romans.

Zijn internationaal succesvolle auteurs als Arnaldur Indriðason / Henning Mankell een voordeel voor een debutant?
JHS: Zeer zeker. Ik had op voorhand niet gedacht dat mijn boek zou worden vertaald. Ik heb zwaar onderschat welke veranderingen in de IJslandse literatuur in gang zijn gezet door het succes van Arnaldur Indriðason.
MK: Mijn misdaadromans zijn en worden in een aantal vertalingen uitgebracht. Er is veel belangstelling voor Zweedse misdaadromans en dit komt voor een groot deel op het conto van Mankell en een paar anderen. Voor mij maakt dit een enorm verschil en ik vind het is geweldig dat mijn verhalen op deze manier de wereld over gaan.

Je tweede boek ‘Vargurinn’ brengt Valdimar Eggertsson weer terug. Alvast een tipje van de sluier?
JHS: Het verhaal gaat over een klein plaatsje in oost IJsland dat wordt opgeschrikt door een reeks aangestoken branden. Midden in de winter, het is koud, donker en vol met sneeuw en wanhoop.

Je tweede boek ‘Sommardöden’ brengt Malin Fors weer terug. Alvast een tipje van de sluier?
MK: Het is een ongelofelijk warme zomer. Tienermeisjes verdwijnen en worden verkracht en vermoord teruggevonden. Een onbekend kwaad heeft het licht gezien en Malin Fors moet het tegenhouden.

Laatste vraag wat is leuker: Harry Potter vertalen / literaire romans als ‘Marbella Club’ of misdaadromans schrijven?
JHS: Ik kwam als assistent-vertaler om mijn uitgever te helpen bij een haast onmogelijke deadline. Het was een vreemde periode in mijn leven. Ik werkte in het pakhuis waar mijn uitgever zijn voorraad had opgeslagen. Ik zat de hele dag in een gigantisch grote ruimte met ramen op vijf of zes meter boven de vloer. Ik zat zelf aan een klein bureau in een hoekje vlak bij de uitgang. Tussen het werk door fietste ik langzaam door het pakhuis, tussen de stappels met boeken, en oefende met het keren in kleine ruimtes. Het schrijven van misdaadromans baart veel meer zorgen dan vertalen maar ik beleef er ook veel meer plezier aan.
MK: Zeer zeker misdaadromans schrijven. Het is als het hebben van een gigantische gereedschapkist en betaald krijgen om er mee te spelen. Het is echt geweldig.

© Interview December 2008 voor misdaadromans.nl
door Ronald de Jong