Menu:

Van lezen naar schrijven

Van de Noorse schrijfster van misdaadromans en van huis uit arts Jorun Thørring zijn er bij de Vlaamse uitgeverij Het Davidsfonds twee boeken in vertaling uitgebracht. In 2006 verscheen de misdaadroman Schaduwsporen, in een vertaling van Maaike Lahaise. In haar debuut introduceert Thørring de vrouwelijke rechercheur Orla Os, die werkzaam is in Parijs. Dit jaar verscheen het tweede boek, Poppenspel, met in de hoofdrol politieman Aslak Eira, werkzaam bij de recherche in Tromsø. In Noorwegen kwam ook al een derde boek uit met de titel Tarantellen, waarin Orla Os terugkeert. Misdaadromans.nl wil graag weten waarom deze Noorse schrijfster ervoor heeft gekozen met twee verschillende hoofdpersonen te werken en wat een arts motiveert om te gaan schrijven.



Om maar direct met de deur in huis te vallen, waarom gaat een arts schrijven en waarom misdaadromans?
"Ik schrijf omdat ik dol ben op lezen. Al sinds ik jong was las ik alles wat ik in handen kon krijgen en toen ook al boeken waarin een misdaad moest worden opgelost, zoals die van de Engelse schrijfster Enid Blyton. Ik lees liever een boek dan dat ik naar een film kijk. Lezen geeft me de mogelijkheid om in mijn hoofd zelf de beelden erbij te maken. En waarom misdaadromans? Omdat misdaadromans een vorm van vermaak zijn. Ze houden je scherp en betrokken, en wanneer ze goed geschreven zijn, houden ze de lezer op het puntje van zijn stoel. Goed geschreven misdaadromans zijn volgens mij net zo goed literatuur als iedere andere goedgeschreven roman."

De lezer op de punt van zijn stoel houden als doel. Hoeveel rekening wordt er tijdens het schrijven met deze lezer gehouden?
“Tijdens het schrijven denk ik niet aan de lezer. Ik ga op mijn eigen smaak en voorkeur af. Eigenlijk schrijf ik wat ik zelf graag zou willen lezen. Zo heb ik een hekel aan te veel expliciet geweld en ik heb moeite met misdaadromans waarin geweld tegen kinderen voorkomt. Dergelijke boeken maken me neerslachtig, dus dat wil ik mijn lezers ook niet aandoen.”

Er zijn inmiddels vier boeken van je verschenen. Op welke manier komen die tot stand?
“Ik gebruik geen specifieke methode of systematiek. Voor mij begint het vaak met een idee, of met een scène, of soms alleen maar met een mooie zin. Ik maak vooraf geen vast kader voor het verhaal en geen lijst met personages. Eigenlijk leg ik alle goedbedoelde adviezen aan beginnende schrijvers naast me neer. Ik volg mijn gevoel, maak gebruik van spontane ingevingen en plan niet te veel vooruit. Hiermee voorkom ik dat ik tijdens het schrijven tegen allerlei barrières en beperkingen op loop. Tijdens het schrijven ben ik in feite net zo benieuwd naar wat mijn hoofdpersonen gaan doen als mijn lezers. De vrijheid om al schrijvende het verhaal neer te zetten zonder al te veel regels en beperkingen is voor mij ook een van de aantrekkelijk kanten van het schrijven. In mijn werk als arts kom ik met die overregulering al meer dan genoeg in aanraking.”

Wie is politieman Aslak Eira?
“Mijn hoofdpersoon in Poppenspel is Aslak Eira. Hij is afkomstig uit het hoge noorden van Noorwegen en behoort tot de Saami, het nomadenvolk uit het noorden van Scandinavië. Hij is de eerste hoofdpersoon met een dergelijke achtergrond in het Scandinavische misdaadgenre. Een moderne man, vergelijkbaar met elke andere Noor, maar toch een beetje anders. Zijn culturele achtergrond is verschillend. Tijdens zijn jeugd heeft hij het heel zwaar gehad, maar dit maakt hem nu juist sterk en betrouwbaar, en gebrand op gerechtigheid."

Welke thema’s hebben je voorkeur?
“Wanneer ik een plot creëer, heeft dat vaak een raakvlak met een onderwerp dat me bezighoudt, iets wat me fascineert en waar ik meer van wil weten. In mijn eerste boek, Schaduwsporen, gaat het onder andere over het verkwanselen van het Russisch culturele erfgoed door de illegale verkoop van iconen. Religieuze kunst die onlosmakelijk is verbonden met de Russische geschiedenis en die alleen voor winst wordt verkocht aan westerse verzamelaars.
Poppenspel gaat over de gevaren die jonge vrouwen lopen als ze foto’s van zichzelf in halfontklede toestand op internet plaatsen. Waarbij ze in een relatief kleine stad het risico van herkenning lopen, en alle gevolgen die dat kan hebben. Het idee voor dit boek is gebaseerd op een krantenartikel dat ik over dit specifieke onderwerp las.
Mijn derde boek, Tarantellen, gaat over het conflict in de jaren zestig tussen Frankrijk en Algerije. Familiegeheimen en oude lijken die uit de kast komen vallen. Voor mij is dit juist een interessant deel van het schrijven: lezen over onderwerpen die me boeien, erover schrijven, meer onderzoek doen en dit weer verwerken in het verhaal. En dan met name onderwerpen die ik in mijn werk niet dagelijks tegenkom.“

Wat bindt Aslak Eira aan Tromsø?
“Tromsø is de lelijkste en tegelijkertijd fraaiste stad van het noorden. In Poppenspel kun je lezen hoe makkelijk je in een gevaarlijk situatie kunt raken door de snel veranderende weersomstandigheden. Je kunt als toerist op bezoek in Tromsø in begin juni op pad gaan in je korte broek en T-shirt en worden verrast door een sneeuwbui en temperaturen van rond het vriespunt. Voor een schrijver van misdaadromans biedt dit interessante mogelijkheden. Verder ben ik zelf afkomstig uit het noorden; daar ben ik geboren en opgegroeid, heb ik mijn wortels en voel ik me thuis. Hetzelfde geldt voor Aslak Eira.“

In hoeverre is de integratie van verschillende culturele bevolkingsgroepen zoals de Samische van Aslak een probleem in Noorwegen?
“In Poppenspel zit het onderwerp wel verweven in het verhaal, als een soort onderstroom, maar niet met de bedoeling om een sterk statement te maken. De geschiedenis van de Saami in de arctische gebieden laat zich vergelijken met die van de indianen in de VS. Veel te complex om in al zijn nuances weer te geven in een misdaadroman. Voor een schrijver biedt het onderwerp wel de mogelijkheid om te ‘spelen’ met vooroordelen en misverstanden in communicatie die kunnen ontstaan als gevolg van de kleine verschillen die er tussen de diverse bevolkingsgroepen zijn.
Verder zijn er volgens mij al voldoende speurders uit het noorden die alcohol- en gezondheidsproblemen hebben, of die overhoop liggen met hun chef, vrouw, kinderen of familie. Ik vond het aardig om een hoofdpersoon te creëren die stevig met twee benen in twee verschillende culturen staat.”

Hoe herkenbaar is de stelling dat de Scandinavische misdaadromans een realistische weergave zijn van het dagelijkse leven van gewone mensen?
“Mijn boeken bestaan zeker uit verhalen die zijn opgebouwd rondom situaties uit het dagelijkse leven van gewone mensen. Vaak gaat het dan wel om mensen die een geheim met zich meedragen, geheimen in eerste instantie onzichtbaar zijn. Het is boeiend om te schrijven over wat er gebeurt wanneer deze geheimen van een persoon of een kleine besloten gemeenschap naar buiten dreigen te komen. Wat gebeurt er met al die ‘gewone’ mensen die je dagelijks op straat tegenkomt wanneer ze thuiskomen en de deur achter zich dichttrekken? Wat weet je eigenlijk over je medemens?"

Wanneer je kijkt naar vrouwelijke collega’s als Karin Fossum, Unni Lindell en Anne Holt, is er dan sprake van een vloedgolf van vrouwelijke misdaadauteurs in Noorwegen?
“Wanneer je goed kijkt, is het geen vloedgolf van vrouwelijke misdaadauteurs, maar een vloedgolf van misdaadromans die niet alleen Noorwegen en Scandinavië maar ook de rest van Europa overspoelt. Er worden steeds meer misdaadromans uitgegeven, waarbij de kwaliteit niet altijd van hetzelfde niveau is, maar de vraag blijft groot.”

Eerder verscheen bij misdaadromans.nl een interview met een Zweedse collega Karin Wahlberg die een soortgelijke achtergrond heeft - een medische opleiding, gespecialiseerd in gynaecologie - en die pas met schrijven is begonnen toen de kinderen oud genoeg waren. Is de gynaecologie een goede voorbereiding voor misdaadauteurs?
“(Glimlachend) Misschien komt het doordat de gynaecologie zijn beperkingen heeft. Maar ik weet zeker dat er eenvoudiger manieren zijn om een boek gepubliceerd te krijgen dan eerst medicijnen te studeren en je vervolgens te specialiseren in gynaecologie.”

Hoeveel van die medische kennis zien we terug in je boeken?
“Mijn medische achtergrond heeft me veel geholpen. Wanneer ik andere schrijvers lees, dan moet ik soms constateren dat er zaken worden geschreven die echt niet kloppen. Maar goed, míjn zwakke punt zit weer op het vlak van de werkwijze van de politie en de gebruikte procedures. Hiervoor moet ík veel research doen, en mijn verhaal laten controleren en daarna herschrijven. In tegenstelling tot wat ik eerder zei volg ik hier het advies aan beginnende schrijvers wel op: schrijf over de onderwerpen die je goed kent.”

Van de vier boeken gaan er twee over rechercheur Orla Os, die werkzaam is in Parijs, en twee over Aslak Eira, gestationeerd in het Parijs van noorden: Tromsø. Waarom twee verschillende hoofdpersonen?
“Orla werkt in Parijs en zij is net als ik een vrouw uit het noorden. Zelf heb ik ook drie jaar in Parijs gewoond en gewerkt. Ik houd ervan om de verschillen in cultuur te onderzoeken en te spelen met de vooroordelen. Orla zal nooit Française worden, ook al woont ze daar de rest van haar leven. Zodra ze haar mond opendoet zal ze een vreemdeling zijn. Verder vind ik het leuk om over haar en haar neurotische gedrag te schrijven, over de dingen in Frankrijk waar ze van houdt, én de dingen die ze haat. Naast Orla schrijf ik over Aslak omdat ik denk dat ik me snel zou vervelen als ik maar over één van de twee zou kunnen schrijven. En verder vind ik het best lastig om als vrouw te lang vanuit het perspectief van een man te schrijven.”

In het vierde boek komt Aslak Eira terug. Kan er al een tipje van de sluier worden opgelicht?
“Het vierde boek is nog niet verschenen, maar naar verwachting komt het in januari in Noorwegen uit. Het speelt weer in Tromsø en een deel van verhaal speelt zich af in 1969, het jaar waarin er een grote brand woedde in de binnenstad van Tromsø. De grootste Noorse brand van na de tweede wereldoorlog, waarvan de oorzaak nooit duidelijk is geworden. Voor mij een mooi gegeven om een misdaadroman over te schrijven. Een deel van het verhaal speelt zich dus af in 1969, de rest in 2007, en Aslak moet uiteraard weer een moord oplossen.”

Als afsluitende vraag: hoeveel Jorun Thørring zit er in de psychiater Monie Lie uit Poppenspel?
“Nee, ik lijk helemaal niet op Mona Lie. Ik sta zo ver van haar af als maar mogelijk is. Als ik qua temperament al lijk op een van mijn personages, dan is het op Orla. Maar hopelijk minder neurotisch en ook minder onhandig in de keuken.“

© Interview oktober 2008 voor misdaadromans.nl
door Ronald de Jong