Menu:

Bibliografie

Links:

De toren van de dode zielen

Leo Junker, politieagent op non-actief, wordt gewekt door de blauwe lampen van politieauto’s. In een appartement onder hem is een jonge vrouw doodgeschoten. Leo is er zeker van dat er iets niet klopt aan deze zaak en gaat zelf op onderzoek uit.
Ondertussen krijgt hij mysterieuze sms’jes van iemand die hem in de gaten lijkt te houden. Leo Junker komt erachter dat het verleden niet vergeten is...
Is iemand uit op wraak?

Boekgegevens
Titel: De toren van de dode zielen (2015)
Auteur: Christoffer Carlsson
Originele titel: Den osynlige mannen från Salem (2013)
Vertaling: Rory Kraakman
Uitgeverij: De Geus
ISBN: 90-445-3306-1
Omvang: 416 p.

Gelezen: 02-2015

BOB-score 4/5

Een grimmig verhaal

Nog geen dertig is Christoffer Carlsson wanneer hij als doctor in de criminologie al drie misdaadromans op zijn naam heeft staan, waarvan De toren van de dode zielen in 2013 werd bekroond met prijs voor beste Zweedse misdaadroman. Wellicht geen verrassing voor de schrijver die op elfjarige leeftijd van zijn opa De vijfde vrouw van Henning Mankell cadeau krijgt en vervolgens besluit zelf een misdaadroman te schrijven. Een manuscript wordt voorgelegd aan een drietal uitgevers. Er volgt een brief met de aansporing om zijn talent verder te ontwikkelen.

In De toren van de dode zielen, of De onzichtbare man uit Salem zoals de Zweedse titel luidt, introduceert Carlsson politieman Leo Junker. Hierbij is politieman een flatteuze omschrijving voor een dertig-en-nog-wat jarige rechercheur bij interne zaken, op non-actief gesteld, verslaafd aan drank en oxazepam.

Wanneer in zijn appartementencomplex een jonge verslaafde vrouw wordt doodgeschoten dan moet Leo op het plaats delict een kijkje nemen. En hoewel het slachtoffer voor hem een onbekende is, herkent hij wel het kettinkje dat zij in haar hand geklemd houdt. Met zijn telefoon weet hij nog net een foto van het slachtoffer te maken voordat inspecteur Gabriel Birck hem weg stuurt.

Leo is opgegroeid in Salem, een van de voorsteden van Stockholm, gevuld met troosteloze betonnen flatgebouwen. Een plek waar de jeugd zonder toekomstperspectief de paddestoelvormige watertoren gebruikt voor een stap in het donker. "Nix te verliezen" krast een scholier op zijn schoolkluisje voordat hij springt. In deze desolate omgeving maakt hij kennis met broer en zus John en Julia Grimberg. John, die zich door zijn vrienden Grim laat noemen, heeft een neus voor snel geld. Hij kan het letterlijk ruiken. Julia zoekt geen geld maar gezelschap.

Barsten in de samenleving als onderdeel van een politieroman is een traditie die in Zweden prominent op de kaart is gezet door Sjöwall & Wahlöö. In dit boek diverse verwijzingen als een eerbetoon aan de personages van het echtpaar zoals commissaris Benny Skacke en Kollberg. Zo ook de opbouw van het verhaal in dertig romeins genummerde hoofdstukken.
Echter waar in 1965 de toonzetting nog terughoudend is, daar schrijft Carlsson vijftig jaar later als opening in zijn eerste hoofdstuk "Zweden moet dood". Een statement in graffiti waar Leo Junker denkt dat de schrijver, mogelijk gelijk heeft. De barsten zijn groter geworden. De kloof dieper en de toekomst donkerder dan ooit.

Nature vs. nurture. Twee jeugdvrienden die opgroeien in een deprimerende voorstad zijn omringd door beton, asfalt, geweld en armoede, kiezen ieder een eigen pad. Carlsson vertelt hun verhaal met veel compassie en als criminoloog zoekend naar de drijfveren van daders en de impact op slachtoffers. Een verhaal dat zal worden verteld in drie of vier boeken, maar zeker geen tien zoals zijn voorbeelden Mankell of Sjöwall & Wahlöö. Een grimmig verhaal vertelt vanuit het perspectief van een beschadigde politieman.